Harmonisatie bij de Brusselse OCMW’s

Naar aanleiding van een studie van de Brusselse Federatie van OCMW’s gaat de commissie Sociale Zaken in debat over een harmonisatie van gezondheidspraktijken bij de Brusselse OCMW’s.

“Of de harmonisering er moet komen, staat niet ter discussie, maar wel veeleer hoe, met welke prioriteit en in welke volgorde. Het gaat er ook niet om of eenmaking of regionalisering beter is, het gaat hier puur over gelijkheid. De middelen waar de gemeenten of OCMW’s over beschikken zijn vaak overgedragen door het gewest. Iedereen die in Brussel woont, heeft recht op dezelfde zorg en op eenvoud. 

Het is in de praktijk vaak zo dat personeelsleden van het OCMW mensen in precaire omstandigheden vooral bij hun administratie moeten begeleiden, in plaats van bij hun problemen. Mensen in precaire omstandigheden verhuizen vaker omdat ze huurcontracten van korte duur aangaan of omdat die contracten plotseling worden stopgezet. Die mensen hebben nood aan portabiliteit. Zodra ze een recht verwerven, zouden ze dat niet opnieuw moeten aanvragen. Automatische toekenning is nog beter, maar laten we beginnen met de toegekende rechten bij een verhuizing automatisch te laten overdragen naar de nieuwe gemeente. 

Er is gelukkig veel interesse van de experten om die harmonisering door te voeren. De studies zijn een goede zaak. Alle betrokkenen kunnen op die manier samenzitten om na te gaan wat er best gebeurt en waar we mee kunnen beginnen. 

In het regeerakkoord is er sprake van een staten-generaal en hoe uw administratie – ten opzichte van de vorige Federatie van Brusselse OCMW’s die in haar memorandum heel duidelijk vraagt naar een financiering om zelf met haar harmonisering te beginnen – de rolverdeling zal organiseren. Wat zullen uw kabinet en uw administratie doen om die harmonisering op te starten? Hoe kan een onafhankelijke deskundige of een federatie zelf een voorstel lanceren? Hoe ziet u die rolverdeling?  

Dit thema komt ook aan bod bij de Roma-woonwagenbewoners. Ook daar verschilt de aanpak van gemeente tot gemeente sterk, in die mate dat het soms problematisch wordt. Straks volgt er een interpellatie over dringende medische hulp, ook een thema waarbij we enorme verschillen vaststellen. Laten we wat die harmonisering betreft dus alvast met een thema beginnen, waaraan OCMW’s kunnen samenwerken om dezelfde zorg te kunnen bieden. “

// De minister bevestigt hier werk van te willen maken, samen met de federatie van OCMW’s. Christophe Magdalijns van DéFI mag zich zorgen over de autonomie van de OCMW’s. Ik repliceer//

“Het verheugt mij dat u aan dit dossier werkt en dat u vooruitgang wilt boeken.

Het is een goede zaak dat er op administratief vlak, bijvoorbeeld door een aankoopcentrale en het
gebruik van gelijkvormige formulieren, snel winst kan worden geboekt zonder dat de gemeenten of
OCMW’s al te zeer op de rem gaan staan. Dergelijke maatregelen komen hen ten goede. Met
negentien verschillende formulieren is niemand geholpen. 

In verband met de autonomie denk ik wel dat er een misverstand is ontstaan. Niemand stelt de
autonomie van een OCMW of een wijkafdeling om een dossier te beoordelen in vraag. Het is de rol
van een administratie om op basis van een brede wetgeving te bepalen hoe die wetgeving in elk
concreet geval moet worden toegepast. Dat is ook zo bij gewestelijke diensten die een aanvraag
krijgen en de wetgeving toepassen. De wetgeving is ook gemaakt om verschillende antwoorden en
oplossingen te kunnen aanreiken. 

Wanneer de praktijken in de toekomst geharmoniseerd zullen zijn, moet elke ambtenaar van een
OCMW wanneer hij een dossier ontvangt, nagaan wat de geharmoniseerde praktijk is. Vervolgens
moet hij voor dat concrete dossier een antwoord formuleren op basis van werk, leeftijd en
gezinssituatie. 

Er moet geen supercomputer worden gecreëerd die alles filtert, regels toepast en eenheidsworst
serveert. Het is net de bedoeling om iedereen een ruim kader te bieden. Als de situatie verschilt
naargelang van de persoon, zal het dossier ook verschillend worden behandeld, maar het maakt niet
uit of de betrokkene in Vorst, in Ukkel, in Oudergem, in Anderlecht of in Sint-Joost-ten-Node
woont. Die mensen zullen iets gemeen hebben en krijgen een gepersonaliseerde behandeling. Dat is
het idee achter zorg, sociaal werk en nabijheidsdiensten. Dat staat centraal. Al het overige doet er
niet toe en moet worden geharmoniseerd. Het verschil zit op persoonsniveau, op dossierniveau, op
elk dossier dat binnenkomt en zelfs bij de verschillende dossiers die voor eenzelfde persoon worden
behandeld. 

Er mag niet van uitgegaan worden dat de zorg meer op maat zal zijn omdat de regelgevende
bevoegdheid bij het OCMW van een bepaalde gemeente berust. Zo werkt het niet.”

Leave a comment

Your email address will not be published.

Stuur me een berichtje